Neem dagelijks je kruis op: wat het werkelijk betekent om Jezus te volgen
Bijgewerkt op: 27 aug
Het is mogelijk om christen te zijn in je taal, gewoonten en omgeving, terwijl de navolging van Christus in de praktijk nauwelijks iets kost. Je gaat naar de kerk, leest de Bijbel, luistert naar preken en weet inmiddels hoe christenen over bepaalde onderwerpen spreken. Dat zijn goede dingen, maar op zichzelf zijn ze nog geen bewijs dat we Christus werkelijk volgen.
Jezus omschrijft discipelschap namelijk met indringende woorden:
“Als iemand achter Mij wil komen, moet hij zichzelf verloochenen, zijn kruis dagelijks opnemen en Mij volgen.”— Lukas 9:23
Jezus roept ons niet op om Hem toe te voegen aan een leven waarvan wij zelf de richting blijven bepalen. Hij roept ons achter Zich aan. Hij bepaalt waar de weg heen gaat en de discipel volgt.
Dat maakt navolging veel ingrijpender dan alleen geloven dat bepaalde christelijke waarheden juist zijn.
Jezelf verloochenen
Zelfverloochening betekent niet dat je waardeloos bent, geen persoonlijkheid meer mag hebben of ieder persoonlijk verlangen verkeerd is. Het betekent dat je niet langer jezelf als hoogste gezag erkent.
Dat raakt iets wat diep in ons gevallen hart zit. Wij willen uiteindelijk zelf bepalen wat goed voor ons is, wat we met ons lichaam doen, hoe we onze tijd besteden, waar ons geld naartoe gaat en welke verlangens we wel of niet willen loslaten. Zelfs God willen we soms graag in ons leven hebben, zolang Hij onze plannen ondersteunt.
Maar Christus komt niet naast ons op de troon zitten.
Zelfverloochening betekent dat mijn wil niet langer het laatste woord heeft. Ik leer met Christus bidden: “Niet Mijn wil, maar de Uwe geschiede” (Luk. 22:42). Niet omdat iedere persoonlijke wens zondig is, maar omdat iedere wens uiteindelijk onder het gezag van God moet komen.
Dat raakt heel ons leven.
Je kruis opnemen betekent meer dan moeilijkheden verdragen
Ook de woorden “neem je kruis op” zijn gemakkelijk afgezwakt. Een ziekte wordt ons kruis genoemd, een moeilijk huwelijk of misschien zelfs een vervelende collega. Natuurlijk kunnen zulke omstandigheden zware beproevingen zijn, maar dat is niet de eerste betekenis van wat Jezus hier zegt.
Voor Zijn eerste hoorders was het kruis geen algemeen symbool voor tegenslag. Het was een executiemiddel. Iemand die zijn kruis droeg, liep naar zijn dood.
Jezus vervolgt daarom:
“Want wie zijn leven wil behouden, die zal het verliezen; maar wie zijn leven verliezen zal omwille van Mij, die zal het behouden.”— Lukas 9:24
Christus volgen betekent sterven aan onze aanspraak op een autonoom leven. Mijn leven is niet langer van mijzelf. Dat is ook precies de taal die Paulus later gebruikt: “Ik ben met Christus gekruisigd; en niet meer ik leef, maar Christus leeft in mij” (Gal. 2:20).
Dat is radicaal, maar alleen omdat Christus werkelijk Heere is. Hij is geen levenscoach die ons helpt onze plannen beter uit te voeren. Hij is de Zoon van God aan Wie wij geheel toebehoren.
Genade is geen beloning voor radicale navolging
Hier moeten we direct iets naast zetten. Anders kan zelfs een Bijbelse oproep tot zelfverloochening veranderen in een nieuwe vorm van zelfrechtvaardiging.
Wij worden niet behouden omdat wij voldoende hebben opgegeven. We worden niet gerechtvaardigd omdat we radicaal genoeg leven, onze zonde goed genoeg bestrijden of onszelf voldoende verloochenen.
“Want uit genade bent u zalig geworden, door het geloof, en dat niet uit u, het is de gave van God; niet uit werken, opdat niemand zou roemen.”— Efeze 2:8–9
Christus heeft het verlossingswerk volbracht. Daar voegen wij niets aan toe.
Maar juist die genade verandert vervolgens aan wie ons leven toebehoort. Paulus schrijft dat Christus gestorven is, “opdat zij die leven, niet meer voor zichzelf zouden leven, maar voor Hem Die voor hen gestorven en opgewekt is” (2 Kor. 5:15).
Daarom is er geen tegenstelling tussen genade en navolging. Er is wel een tegenstelling tussen genade en verdienste.
Wij verloochenen onszelf niet om Christus te verdienen. We volgen Hem omdat Hij ons door genade heeft gered en wij Hem toebehoren.
Uiteindelijk is de vraag: wie bepaalt?
Veel van onze dagelijkse strijd komt uiteindelijk bij deze vraag uit. Niet alleen: wat zegt de Bijbel? Maar: wie krijgt daadwerkelijk het laatste woord wanneer Gods Woord botst met mijn verlangens?
Wanneer Gods Woord ingaat tegen je seksuele verlangens, wie bepaalt? Wanneer je trots geraakt wordt en je eigenlijk schuld moet belijden, wie bepaalt? Wanneer je vrouw iets zegt wat je liever niet wilt horen, wie bepaalt? Wanneer eerlijkheid je geld of reputatie kan kosten, wie bepaalt?
Het is gemakkelijk Jezus Heere te noemen wanneer Zijn wil overeenkomt met de onze. Juist wanneer Zijn Woord tegen ons vlees ingaat, wordt zichtbaar of wij bereid zijn te buigen.
Jezus stelde Zelf die confronterende vraag:
“Waarom noemt u Mij: Heere, Heere, en doet niet wat Ik zeg?”— Lukas 6:46
Daarom moeten we niet alleen vragen: Wat geloof ik? Maar ook: waar wordt in mijn leven zichtbaar dat Christus werkelijk mijn Heere is?
Navolging gebeurt op gewone dagen
Lukas vermeldt één woord dat gemakkelijk over het hoofd wordt gezien. Jezus zegt dat een discipel zijn kruis dagelijks moet opnemen.
Dat is belangrijk. Navolging wordt niet gedragen door één intens mannenweekend, een emotioneel moment tijdens een dienst of een periode waarin je geestelijk bijzonder gemotiveerd bent. Het christelijke leven wordt voor een groot deel geleefd op doodgewone maandagen.
Je ogen afwenden wanneer verleiding komt. Je vrouw liefhebben terwijl je moe bent. Geduldig blijven tegenover je kinderen. Eerlijk werken wanneer niemand controleert. Je mond beheersen wanneer je boos bent. Gods Woord openen terwijl je geen bijzondere ervaring hebt. Zonde belijden zonder jezelf te verdedigen.
En morgen opnieuw.
Daarom is volharding zo wezenlijk. Veel mannen kunnen korte tijd ergens enthousiast voor worden. De vraag is wat er gebeurt wanneer het gevoel verdwijnt en alleen gewone trouw overblijft.
Het vlees werkt niet vrijwillig mee
De Schrift is realistisch over de strijd die daarin ontstaat. Een wedergeboren christen is vernieuwd, maar de inwonende zonde is nog niet verdwenen. Paulus schrijft:
“Want het vlees begeert tegen de Geest in, en de Geest tegen het vlees in; en die staan tegenover elkaar.”— Galaten 5:17
Daarom is gehoorzaamheid niet altijd hetzelfde als ergens zin in hebben. Soms moet je bidden terwijl je liever iets anders doet. Soms moet je vergeven terwijl je gevoelens nog achterlopen. Bij seksuele verleiding moet je soms eenvoudig vluchten voordat je met jezelf gaat onderhandelen. En soms vraagt verantwoordelijkheid dat je handelt terwijl je vlees liever uitstelt.
Dat is niet automatisch hypocrisie. Hypocrisie is godsvrucht voorwenden terwijl je bewust een dubbel leven koestert. Gehoorzaamheid terwijl je gevoelens tegenstribbelen kan juist onderdeel zijn van de strijd tegen het vlees.
In sommige christelijke kringen wordt sterk benadrukt dat iets pas werkelijk is wanneer je het ook diep voelt. Aan de andere kant kun je in strengere kringen emoties bijna gaan behandelen alsof ze er helemaal niet toe doen. Beide zijn te eenvoudig.
De Bijbelse weg is dat ook onze gevoelens onder het vernieuwende werk van Gods Geest moeten komen. We hoeven ze niet te ontkennen, maar ze mogen ons evenmin regeren.
Een christen leeft een leven van bekering
Bekering is daarom niet alleen iets waarover we spreken wanneer iemand voor het eerst tot geloof komt. De christen die eenmaal tot Christus is gekomen, blijft zich van concrete zonde afkeren.
Dat betekent nadrukkelijk niet dat we iedere dag opnieuw gerechtvaardigd moeten worden. Onze rechtvaardiging rust op Christus. Maar juist omdat we Hem toebehoren, worden steeds opnieuw dingen zichtbaar die niet passen bij een leven met Hem: trots, lust, hebzucht, boosheid, zelfmedelijden, passiviteit, mensenvrees of een behoefte aan controle.
De vraag is daarom niet of je na je bekering nog zonde zult ontdekken. De vraag is wat je ermee doet wanneer Gods Woord haar aan het licht brengt.
Ga je verklaren waarom jouw reactie eigenlijk begrijpelijk was? Wijs je naar je vrouw, je jeugd, je werkdruk of de mensen om je heen? Of erken je zonder omwegen: dit is zonde en hiervan moet ik mij bekeren?
Een leerbare man is niet een man die nooit gecorrigeerd hoeft te worden. Hij is een man die leert buigen wanneer Gods waarheid hem corrigeert.
Navolging moet thuis zichtbaar worden
Juist hier wordt het voor mannen concreet. We kunnen discipelschap gemakkelijk beperken tot stille tijd, Bijbelkennis, kerkbezoek en theologische overtuigingen. Maar wanneer Christus werkelijk Heere is, strekt Zijn gezag zich ook uit over ons huwelijk en gezin.
Paulus schrijft:
“Mannen, heb uw eigen vrouw lief, zoals ook Christus de gemeente liefgehad heeft en Zich voor haar heeft overgegeven.”— Efeze 5:25
Dat is zelfverloochening in een bijzonder concrete vorm.
Een man kan veel over leiderschap spreken en ondertussen thuis hard, afwezig of onbetrouwbaar zijn. Hij kan anderen onderwijzen en zijn eigen vrouw nauwelijks kennen. Hij kan van zijn kinderen gehoorzaamheid eisen terwijl zij hem nauwelijks schuld horen belijden wanneer hij zelf verkeerd handelt.
Je vrouw en kinderen zien uiteindelijk meer dan je publieke geloofsleven. Ze zien wat je liefhebt, waar je tijd naartoe gaat, hoe je reageert wanneer je wordt tegengesproken en of je zelf leeft naar wat je hun voorhoudt.
Navolging wordt nergens zo concreet als dichtbij huis.
Christus raakt ook onze afgoden
Dat zien we scherp bij de rijke jongeman. Hij kwam bij Jezus met een indrukwekkend religieus leven, maar Christus raakte precies datgene aan waaraan zijn hart vastzat: zijn bezit. De man ging bedroefd weg.
Het probleem was niet eenvoudigweg dat hij geld had. Zijn reactie bracht aan het licht dat zijn bezit een plaats had gekregen die hij niet wilde afstaan.
Ook wij kunnen iets hebben waarvan we in feite tegen Christus zeggen: alles, behalve dit.
Voor de één is dat geld. Voor een ander zijn carrière, reputatie, lichamelijke prestaties, seksuele verlangens, comfort, toekomstplannen of de behoefte door mensen gewaardeerd te worden.
Dat maakt navolging confronterend. Christus wil niet alleen toegang tot de delen van ons leven die wij gemakkelijk aan Hem geven.
Hij is Heere over alles.
We volgen Christus niet alleen
Dat betekent niet dat het christelijke leven bestaat uit een eenzame man die met voldoende wilskracht probeert zichzelf dagelijks te kruisigen. Christus heeft ons Zijn Geest gegeven, Zijn Woord en Zijn gemeente. Hij bewaart en heiligt Zijn volk door middelen die Hij Zelf heeft gegeven.
Daarom zegt dezelfde Jezus Die oproept ons kruis op te nemen:
“Kom naar Mij toe, allen die vermoeid en belast zijn, en Ik zal u rust geven.”— Mattheüs 11:28
Dat is geen tegenstelling. Bij Christus vinden we rust van de onmogelijke taak onszelf te redden. Vanuit die rust leren we Hem vervolgens volgen.
Ook broederschap heeft daarin zijn plaats. Niet als vervanging van de lokale gemeente en zeker niet als vervanging van Christus, maar als onderdeel van het leven dat God binnen Zijn gemeente heeft gegeven.
Hebreeën zegt:
“Maar spoor elkaar elke dag aan, zolang men van een heden kan spreken, opdat niemand van u verhard zal worden door de verleiding van de zonde.”— Hebreeën 3:13
We hebben broeders nodig die niet alleen zeggen wat we graag horen. Mannen die ons bemoedigen wanneer we moedeloos zijn, maar ons ook aanspreken wanneer we zonde goedpraten. Die dichtbij genoeg komen om te weten hoe het werkelijk met ons gaat en ons steeds opnieuw terugwijzen naar Christus.
Dat is de broederschap waar we binnen Men in Christ naar verlangen.
Christus is meer waard
Uiteindelijk moet een artikel over zelfverloochening niet eindigen bij alles wat wij moeten opgeven. Dan zouden we opnieuw vooral naar onszelf kijken.
Petrus zei tegen Jezus:
“Zie, wij hebben alles verlaten en zijn U gevolgd.”— Lukas 18:28
Maar Paulus brengt ons uiteindelijk bij een nog diepere werkelijkheid. Hij beschouwde wat vroeger winst voor hem was als verlies:
“vanwege de voortreffelijkheid van de kennis van Christus Jezus, mijn Heere.”— Filippenzen 3:8
Daar ligt het hart van navolging.
Niet: kijk hoeveel ik voor Jezus heb opgegeven.
Maar: zie hoe kostbaar Christus is.
Daarom is Zijn oorspronkelijke oproep nog steeds voldoende:
Volg Mij.
Wanneer Hij door Zijn Woord je zonde aanwijst, bekeer je. Wanneer Hij spreekt, luister. Wanneer Zijn Woord je corrigeert, buig. Wanneer gehoorzaamheid iets kost, vertrouw Hem. Wanneer je valt, vlucht niet van Hem weg maar opnieuw naar Hem toe. En wanneer de weg lang wordt, volhard.
Een discipel is uiteindelijk niet te herkennen aan hoeveel hij over Christus kan vertellen, maar aan een leven dat steeds meer onder Zijn heerschappij komt.
Dag na dag. Tot het einde.





Opmerkingen