Interkerkelijk, maar niet zonder fundament
Het lichaam van Christus bestaat niet uit één kerkverband, denominatie of christelijke traditie. Over de hele wereld komen gelovigen samen in verschillende gemeenten, met verschillende geschiedenissen, gewoonten en op sommige punten verschillende theologische overtuigingen.
Die verschillen zijn er. We hoeven niet te doen alsof ze onbelangrijk zijn en ook niet alsof iedere overtuiging daarom even Bijbels is. Waarheid doet ertoe. Maar voordat we spreken over alles waarin christenen van elkaar verschillen, moeten we beginnen bij datgene wat ons werkelijk één maakt.
Paulus schrijft:
“Eén lichaam en één Geest, zoals u ook geroepen bent tot één hoop van uw roeping, één Heere, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, Die boven allen en door allen en in u allen is.” - Efeze 4:4–6
Christelijke eenheid ontstaat niet doordat we onze overtuigingen aan de kant zetten of allemaal lid worden van hetzelfde kerkverband. Werkelijke eenheid vindt haar centrum in Christus en Zijn waarheid.
Interkerkelijk betekent niet dat waarheid relatief wordt
Interkerkelijk kan gemakkelijk gaan betekenen dat we vooral niet te duidelijk moeten zijn. Moeilijke onderwerpen worden vermeden, verschillen gerelativeerd en uiteindelijk wordt de onderlinge sfeer belangrijker dan de waarheid. Dat is geen Bijbelse eenheid.
Jezus bidt voor de eenheid van Zijn gemeente, en zegt in hetzelfde gebed:
“Heilig hen door Uw waarheid; Uw woord is de waarheid.” - Johannes 17:17
Waarheid en eenheid staan dus niet tegenover elkaar. Werkelijke christelijke eenheid kan alleen bestaan wanneer we samen bereid zijn onder het gezag van Gods Woord te komen.
Dat betekent ook dat geen enkele traditie het laatste woord heeft. Iedere kerkelijke traditie moet uiteindelijk opnieuw getoetst kunnen worden aan de Schrift. De Bereeërs werden juist geprezen omdat zij zelfs de prediking van Paulus onderzochten:
“En dezen waren edeler van gezindheid dan die in Thessalonica, want zij ontvingen het Woord met grote bereidwilligheid en onderzochten dagelijks de Schriften om te zien of die dingen zo waren.”- Handelingen 17:11
De vraag moet daarom steeds opnieuw zijn: wat staat er geschreven?
Niet ieder verschil heeft hetzelfde gewicht
Wanneer christenen uit verschillende kerkelijke achtergronden bij elkaar komen, worden verschillen vanzelf zichtbaar. We kunnen verschillend denken over de doop, bepaalde geestelijke gaven, profetie, tongentaal, wonderen en tekenen, de eindtijd en andere theologische onderwerpen.
Die vragen doen ertoe. Ze staan in de Bijbel en verdienen daarom zorgvuldige bestudering. Maar niet iedere Bijbelse kwestie heeft hetzelfde gewicht.
Er bestaat verschil tussen onderwerpen waarover wedergeboren, Schriftgetrouwe christenen van mening kunnen verschillen en waarheden die het Evangelie zelf raken. Toen dat Evangelie werd aangetast, sprak Paulus buitengewoon scherp:
“Maar zelfs als wij, of een engel uit de hemel, u een evangelie zouden verkondigen, anders dan wat wij u verkondigd hebben, die zij vervloekt.” - Galaten 1:8
Daarom moeten we leren onderscheiden tussen primaire en secundaire zaken, zonder secundaire zaken daarmee waardeloos te verklaren. Het fundament moet eerst helder zijn.
Hebben we het Evangelie zuiver?
Dat is een veel belangrijkere eerste vraag dan allerlei discussies waarmee christenen elkaar soms jarenlang kunnen bezighouden.
Hebben we het Evangelie werkelijk begrepen?
Wie is God? Wie is de mens voor Hem? Wat heeft de zonde met ons gedaan? Wie is Jezus Christus? Waarom moest Hij sterven? Wat betekent Zijn opstanding? Wat is wedergeboorte? Wat zijn bekering en geloof? Hoe wordt een goddeloze voor God gerechtvaardigd? En wat betekent het werkelijk om Christus als Heere te volgen?
Dit zijn geen theologische bijzaken. Dit raakt onze eeuwige bestemming.
Paulus schrijft:
“Want ik had mij voorgenomen niets anders onder u te weten dan Jezus Christus, en Die gekruisigd.” - 1 Korinthe 2:2
Je kunt precies weten wat je van tongentaal vindt en ondertussen het Evangelie nauwelijks kunnen uitleggen. Je kunt jarenlang discussiëren over de juiste vorm van de doop en ondertussen slaaf zijn van pornografie. Je kunt precies weten wat je van de eindtijd vindt en thuis je vrouw nauwelijks liefhebben.
Dat maakt die eerste onderwerpen niet onbelangrijk. Het laat zien dat we soms zeer druk kunnen zijn met secundaire waarheid, terwijl primaire gehoorzaamheid wordt verwaarloosd.
Het Evangelie moet zichtbaar worden in ons leven
Het Evangelie moet niet alleen juist geformuleerd worden. Het Evangelie dat wij belijden, moet ook vrucht dragen.
Paulus schrijft:
“Want de zaligmakende genade van God is verschenen aan alle mensen, en leert ons de goddeloosheid en de wereldse begeerten te verloochenen en in deze tegenwoordige wereld bezonnen, rechtvaardig en godvruchtig te leven.” - Titus 2:11–12
Daarom moeten we onder mannen ook andere vragen durven stellen. Wandel je werkelijk met God? Leef je met verborgen zonden die niemand mag kennen? Ben je nog slaaf van seksuele zonde? Welke afgoden concurreren in je hart met God? Ken je een leven van bekering en heiliging? Staat je leven daadwerkelijk onder de heerschappij van Christus?
En vervolgens raakt het Evangelie ook onze verantwoordelijkheid als man.
De Schrift roept een echtgenoot op om als hoofd verantwoordelijkheid te dragen en zijn vrouw zelfopofferend lief te hebben zoals Christus Zijn gemeente heeft liefgehad (Ef. 5:23–25). Vaders worden geroepen hun kinderen op te voeden “in de onderwijzing en de terechtwijzing van de Heere” (Ef. 6:4). Ook binnen de gemeente geeft de Schrift duidelijke ordeningen en kwalificaties voor mannelijk leiderschap, in het bijzonder voor ouderlingen en opzieners (1 Tim. 2:11–3:7; Tit. 1:5–9).
Daarom zijn voor ons vragen als deze van groot belang:
Hoe wandel je met God?
Hoe ga je om met zonde?
Hoe heb je je vrouw lief?
Hoe leid je je gezin?
Hoe onderwijs je je kinderen?
En hoe dien je trouw binnen je lokale gemeente?
Laten we daar eerst beginnen.
Daar richten wij ons op
Dat is ook de reden dat we binnen Men in Christ bewust niet proberen iedere theologische discussie te behandelen.
Binnen onze leiding kunnen we verschillende overtuigingen hebben over secundaire onderwerpen. Daar hoeven we niet geheimzinnig over te doen. Maar we willen voorzichtig zijn om die onderwerpen centraal te stellen wanneer ze niet het doel zijn waarvoor we samenkomen.
Onze tijd met mannen is beperkt. Daarom richten we ons allereerst op het fundament: God kennen, het Evangelie begrijpen, Christus volgen, zonde aan het licht brengen, groeien in heiliging en verantwoordelijkheid leren dragen als man, echtgenoot en vader.
Verschillen over secundaire onderwerpen kunnen mannen verder vanuit de Schrift bestuderen en binnen hun eigen lokale gemeente bespreken. Wij hoeven niet iedere discussie voor hen op te lossen. Dat is ook niet onze plaats.
Terug naar de lokale gemeente
Men in Christ wil geen alternatief kerkverband worden.
De lokale gemeente is de plaats waar gelovigen structureel samenkomen onder het Woord, onder geestelijk toezicht staan, elkaar dienen en samen groeien. Daarom willen we mannen niet bij hun gemeente vandaan trekken, maar hen juist toerusten om trouwer hun plaats binnen die gemeente in te nemen.
Een weekend kan confronteren. Broederschap kan aanscherpen. Persoonlijk discipelschap kan voor een bepaalde periode intensief helpen. Maar uiteindelijk moet een man niet afhankelijk worden van een mannenbediening. Hij moet Christus volgen en trouw verbonden zijn aan een Bijbelse lokale gemeente.
Daarom mogen mannen na een weekend teruggaan naar verschillende kerken en kerkelijke tradities. Daar zullen bepaalde dingen anders worden geleerd of gedaan dan wij persoonlijk zouden doen. Binnen de ruimte die de Schrift daarvoor geeft, hoeft dat onze broederschap niet te verbreken.
Rond Christus, onder Zijn Woord
Interkerkelijk betekent voor ons daarom niet dat waarheid minder belangrijk wordt. Het betekent ook niet dat alle verschillen onbelangrijk zijn of dat iedere interpretatie even Bijbels is. Het betekent dat we weten waar we eerst over moeten spreken.
Is het Evangelie zuiver?
Kennen en volgen we Christus?
Wandelen we in het licht?
Breken we met zonde?
Groeien we in godsvrucht?
Nemen we onze verantwoordelijkheid als man, echtgenoot en vader?
En nemen we trouw onze plaats in binnen de lokale gemeente?
Daar willen we elkaar in aanscherpen.
En wanneer dat fundament helder staat en er is tijd over, kunnen we altijd nog met elkaar spreken over de onderwerpen waarover we verschillen. Dat gesprek mag gevoerd worden, met een geopende Bijbel en de bereidheid om zelf gecorrigeerd te worden.






Opmerkingen