Lust is niet alleen een seksueel probleem
Bijgewerkt op: 20 aug
Lust wordt vaak behandeld alsof het vooral een probleem is van je ogen, je telefoon of je seksuele verlangens. Dus plaatsen we filters. We verwijderen apps. We spreken afspraken af. We proberen onszelf beter te beheersen.
Dat kan verstandig zijn. Jezus spreekt radicaal over het wegnemen van wat ons tot zonde verleidt. Maar als we alleen onze omgeving veranderen en nooit onderzoeken wat er in ons hart gebeurt, blijven we aan de oppervlakte.
Want lust begint niet bij een scherm. Het begint in het hart.
Jezus zegt:
“Maar Ik zeg u dat al wie naar een vrouw kijkt om haar te begeren, in zijn hart al overspel met haar gepleegd heeft.” - Mattheüs 5:28
Christus brengt het probleem dieper dan alleen ons gedrag. Hij legt het verlangen van het hart bloot. Daarom is de strijd tegen lust uiteindelijk veel groter dan stoppen met pornografie.
Het gaat over wat je liefhebt.
Wat je verlangt.
Waar je naartoe vlucht.
En uiteindelijk: wie er regeert over je hart.
Lust maakt van een gave een afgod
Seksualiteit is niet het probleem. God heeft man en vrouw geschapen en seksualiteit binnen het huwelijk een goede plaats gegeven. Het verlangen van een man naar zijn vrouw is daarom niet iets onreins waarvan hij bevrijd moet worden.
De zonde verdraait wat God goed heeft gemaakt.
Lust neemt wat God als gave heeft gegeven en maakt het los van Zijn bedoeling en Zijn grenzen. De ander wordt niet langer gezien als een mens die naar Gods beeld geschapen is, maar als iemand die gebruikt wordt voor eigen bevrediging.
Daarom is lust in de wortel en ten diepste zelfgericht.
Het vraagt niet:
Hoe kan ik God hierin eren?
Het vraagt:
Hoe kan ik krijgen wat ik verlang?
Het richt zich op de zelf door te begeren op manieren als; ik wil het op mijn manier, op mijn tijd. En precies daar raakt de strijd tegen lust aan afgoderij.
Paulus noemt hebzucht in Kolossenzen 3:5 zelfs afgoderij. Het hart verlangt iets van het geschapene wat alleen God uiteindelijk kan geven. We zoeken bevrediging, troost, spanning, ontsnapping of bevestiging en zijn bereid daarvoor Gods goede grenzen opzij te zetten.
Het probleem is dan niet alleen dat je iets verkeerds bekijkt. Het probleem is dat je hart iets verlangt buiten God om.
Je zonde is ernstiger dan je denkt
De Bijbel spreekt opvallend ernstig over seksuele zonde.
Paulus schrijft:
“Want dit is de wil van God: uw heiliging, dat u uzelf onthoudt van de ontucht, en dat ieder van u zijn lichaam weet te bezitten in heiliging en eerbaarheid, en niet in hartstochtelijke begeerte, zoals de heidenen, die God niet kennen.” - 1 Thessalonicenzen 4:3-5
Let op de tegenstelling. Paulus verbindt seksuele reinheid aan het kennen van God.
Dat is belangrijk. De strijd tegen lust is dus niet slechts een strijd om betere zelfbeheersing. Zij raakt aan onze kennis van God en onze heiliging voor Zijn aangezicht.
Daarom moeten we voorzichtig zijn met taal of gedachten als:
"Iedere man doet het."
"Dit hoort nu eenmaal bij man-zijn."
"Ik heb gewoon een hoog libido."
Nee, seksueel verlangen hoort bij Gods schepping. Maar lust, pornografie, fantasieën en seksuele onreinheid moeten niet genormaliseerd worden.
De Schrift roept ons niet op ermee te leren leven. De Schrift roept ons op ervan weg te vluchten.
“Maar ontvlucht de begeerten van de jeugd. Jaag rechtvaardigheid, geloof, liefde en vrede na, samen met hen die de Heere aanroepen uit een rein hart.” - 2 Timotheüs 2:22
Dat is actieve taal. Ontvlucht en jaag na. De christelijke houding tegenover zonde is niet passief maar actief in het doen van goede werken en vluchten en weerstand bieden tegen zonde.
Harder vechten is niet genoeg
Hier ontstaat een ander gevaar. Een man ziet de ernst van zijn zonde en besluit: Nu ga ik dit voorgoed oplossen.
Hij installeert een filter. Maakt een schema. Begint harder te trainen. Staat vroeger op. Leest meer Bijbel. En misschien gaat het een aantal weken goed. Maar vervolgens valt hij opnieuw. En dan komen schaamte en moedeloosheid.
"Waarom lukt het mij niet?"
Omdat zelfs goede discipline je hart niet kan redden.
Je hebt meer nodig dan wilskracht.
Je hebt Christus nodig.
Paulus zegt niet alleen:
dood dan uw leden die op de aarde zijn.
Hij begint Kolossenzen 3 ergens anders:
“Als u nu met Christus opgewekt bent, zoek dan de dingen die boven zijn, waar Christus is.”
Dat is de volgorde.
Eerst Christus.
Daarna het doden van de zonde.
Onze strijd komt voort uit onze vereniging met Hem. Een christen bestrijdt zonde niet om een nieuwe identiteit te verdienen. Hij bestrijdt zonde omdat hij in Christus een nieuwe identiteit ontvangen heeft.
Genade maakt de strijd niet minder ernstig
Soms wordt genade gebruikt als verzachting van de ernst van zonde.
"God vergeeft toch."
Dat is geen Bijbels begrip van genade.
Paulus schrijft:
“Want de zaligmakende genade van God is verschenen aan alle mensen, en leert ons de goddeloosheid en de wereldse begeerten te verloochenen en in deze tegenwoordige wereld bezonnen, rechtvaardig en godvruchtig te leven. - Titus 2:11-12
Genade geeft niet alleen vergeving. Genade onderwijst. Genade verandert. Genade leert ons nee zeggen tegen goddeloosheid en wereldse begeerten. Daarom is er voor de man die in Christus is geen tegenstelling tussen rusten in genade en radicaal strijden tegen zonde.
Juist omdat Christus genoeg is, hoeven we onze zonde niet langer te beschermen. We mogen het aan het licht brengen.
Belijden. Doden. En opnieuw naar Christus gaan wanneer we gevallen zijn.
Schaamte houdt mannen verborgen
Dit is een van de redenen waarom seksuele zonde zo lang kan blijven bestaan.
Een man zondigt. Hij schaamt zich. Hij neemt zich voor dat het de laatste keer was.
Een paar weken later gebeurt het opnieuw. Hij schaamt zich nog meer. En omdat hij bang is wat anderen van hem zullen denken, vertelt hij niemand wat werkelijk speelt. Zo groeit zonde in het verborgene.
Johannes schrijft:
“Maar als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde.” - 1 Johannes 1:7
In het licht wandelen betekent niet dat je nooit meer zondigt. Het betekent dat je stopt met verbergen.
Dat vraagt nederigheid. Misschien moet je tegen een broeder zeggen wat je jarenlang verborgen hebt gehouden. Misschien moet je stoppen met halve waarheden.
Misschien moet je erkennen dat iets wat jij een “worsteling” noemt inmiddels een patroon van bewuste ongehoorzaamheid en rebellie is geworden.
Belijdenis is geen vernedering die je waardigheid afneemt. Het is jezelf vernederen voor God door de waarheid over je zonde niet langer te verbergen.
Je moet radicaal worden
Jezus gebruikt in Mattheüs 5 scherpe taal over het uitsteken van een oog en afhakken van een hand. Hij roept niet op tot lichamelijke verminking. Hij laat zien hoe radicaal wij met zonde moeten omgaan.
Dus ja:
Verwijder die app als die steeds een ingang vormt.
Zet een filter op je telefoon als dat nodig is.
Neem je telefoon niet mee naar bed.
Stop met het volgen van accounts die begeerte voeden.
Stop met het zitten op apps en websites die triggers zijn.
Ga niet alleen naar een plek waarvan je weet dat je daar telkens valt.
Vertel een broeder precies waar je mee worstelt in detail.
Maak geen voorziening voor het vlees. Maar begrijp wat je doet.
Deze maatregelen kunnen de toegang tot zonde beperken. Ze kunnen je hart niet reinigen.
Je kunt een telefoon zonder internet hebben en ondertussen in je gedachten volledig door lust beheerst worden. Daarom moeten uiterlijke grenzen samengaan met innerlijke bekering.
Vluchten én najagen
2 Timotheüs 2:22 geeft ons een prachtig patroon. Paulus zegt niet alleen wat Timotheüs moet verlaten. Hij zegt ook wat hij moet najagen.
Ontvlucht de begeerten.
En..
Jaag rechtvaardigheid, geloof, liefde en vrede na.
Dat is essentieel. Heiliging bestaat niet alleen uit steeds minder zondigen. Het betekent ook steeds meer wandelen in wat goed is. Niet alleen stoppen met pornografie.
Maar leren je vrouw werkelijk lief te hebben. Niet alleen je ogen afwenden. Maar leren om vrouwen als naar Gods beeld geschapen mensen te zien.
Niet alleen seksuele fantasieën bestrijden. Maar je gedachten vullen met wat waar, eerbaar, rechtvaardig en rein is. Niet alleen zonde vermijden. Maar God zoeken.
Daarom is de strijd om reinheid uiteindelijk een strijd om aanbidding. Wat heeft je hart lief?
"want waar uw schat is, daar zal ook uw hart zijn." - Matteüs 6:21
Je hebt broeders nodig
Opvallend genoeg eindigt Paulus zijn oproep in 2 Timotheüs 2:22 niet bij individuele discipline:
“…samen met hen die de Heere aanroepen uit een rein hart.”
Samen. Je hoeft niet aan twaalf mannen ieder detail van je zonde te vertellen. Maar iedere man heeft broeders nodig bij wie hij eerlijk kan zijn.
Broeders die niet alleen zeggen:
"Komt goed, man."
Maar die vragen:
"Heb je je bekeerd?"
"Wat heb je gedaan om deze zonde af te snijden?"
"Wat gebeurt er werkelijk in je hart?"
"Hoe kan ik voor je bidden?"
En vervolgens naast je blijven staan. Dat is Bijbelse broederschap. Niet zonde goedpraten. Niet iemand vertrappen wanneer hij gevallen is. Maar waarheid en genade bij elkaar houden.
De onordelijke terechtwijzen.
De moedeloze bemoedigen.
De zwakke ondersteunen.
En tegenover allen geduldig zijn.
"En wij roepen u ertoe op, broeders, hen die ordeloos leven terecht te wijzen, de moedelozen te bemoedigen, de zwakken te ondersteunen, en met allen geduld te hebben." 1 Tessalonicenzen. 5:14
Reinheid gaat over meer dan seksualiteit
Uiteindelijk is het doel niet dat je kunt zeggen:
Ik kijk geen porno meer.
Dat zou een enorme vrucht kunnen zijn, maar christelijke reinheid gaat dieper. Het verlangen is een rein hart voor God. Een man die niets hoeft te verbergen. Die zijn lichaam niet laat regeren door zijn verlangens. Die zijn vrouw niet gebruikt, maar liefheeft. Die andere vrouwen niet consumeert met zijn ogen. Die leert tevreden te zijn. Die zonde haat omdat hij God liefheeft. Die snel belijdt wanneer hij valt. Die niet vertrouwt op zijn eigen discipline, maar ook niet passief wacht tot God zijn begeerten wegneemt.
Hij strijdt.
Hij vlucht.
Hij belijdt.
Hij bidt.
Hij snijdt af wat hem tot zonde verleidt.
Hij zoekt broeders op.
En boven alles: hij blijft naar Christus gaan.
Want uiteindelijk is reinheid niet het fundament van onze aanvaarding bij God.
Christus is dat.
En juist omdat onze hoop volledig in Hem ligt, kunnen we zonder excuses oorlog voeren tegen de zonde die nog in ons woont.
Niet om onszelf te bewijzen.
Niet om onze zaligheid te verdienen.
Maar omdat Hij ons heeft gekocht en wij Hem toebehoren.
“Vlucht weg van de hoererij. Elke zonde die een mens doet, blijft buiten het lichaam, maar wie hoererij bedrijft, zondigt tegen zijn eigen lichaam. Of weet u niet, dat uw lichaam een tempel is van de Heilige Geest, Die in u is [en] Die u van God hebt [ontvangen], en dat u niet van uzelf bent? U bent immers duur gekocht. Verheerlijk daarom God in uw lichaam en in uw geest, die van God zijn.” - 1 Korinthe 6:18-20





Opmerkingen